maandag 30 september 2019

Banjoebiroe 10

Een belangrijke plek tijdens deze reis is voor ons Banjoebiroe, het kamp waar oma en mama van december 1944 tot en met december 1945 hebben gezeten. 
Maar voor we daarheen rijden brengen we eerst een bezoek aan twee musea.

De eerste was meer een uitstalling van wat oorlogswaar. Het was een herdenkingsplek in Semarang van de tijd van de Politionele acties (1947-1949) gezien vanuit de ogen van de Indonesiërs. Op deze plek is hevig gevochten. Aan wat er na de oorlog in Indie is gebeurd wordt in Nederland beperkt aandacht besteed. Maar er is de mensen hier veel leed aangedaan in die periode. (Zonder weg te willen wissen dat ook de Indische strijders veel slachtoffers hebben gemaakt!). In dit museum vooral foto’s van vooraanstaande strijders en generaals en buiten wat buitgemaakte oorlogsmaterieel, zoals een tank en een vliegtuig. Toevallig stond er dit weekend in het NRC een stuk over het boek van Thom Hoffman: Een verborgen geschiedenis: Anders kijken naar Nederlands Indie waarin hij met foto materiaal uit de periode 1814-1950 een ander beeld geeft van de rol van Nederland in Indie.




Het andere museum was het Spoorwegmuseum. De spoorwegen zijn in de 19e eeuw aangelegd in Indie. Uiteraard werd er destijds nog gebruik gemaakt van stoomtreinen. We hebben ze uitgebreid bekeken. 




Ook om een indruk te krijgen van waarin oma en mama werden vervoerd. Toen ze destijds van Flores naar Java kwamen gingen ze per trein van Soerabaja naar Magelang. Een reis van een dag. Later vertrokken ze naar Bandoeng, een halve dag met de trein, en nog weer later naar Buitenzorg met de trein.
Tijdens hun kampperiode zijn ze van Karees naar Banjoebiroe verplaatst in een geblindeerde trein. De tocht duurde 3 dagen omdat ze telkens stil werden gezet, in de brandende hitte, zonder eten, drinken en een mogelijkheid om naar een wc of zo te gaan.

Banjoebiroe was een oude gevangenis voor de oorlog. Tijdens de oorlog werden er vrouwen en kinderen geïnterneerd. Volgens de eerder genoemde reisgids was het een mannengevangenis, maar andere bronnen bevestigen dat het een vrouwenkamp was. Op dit moment is het een politieacademie. We zouden er dus nog resten van terug kunnen vinden, maar waren wel afhankelijk van de goodwill van de huidige gebruikers van de plek. Het was goed dat we Tatang bij ons hadden. Hij ging voor ons onderhandelen met de bewaking of we het terrein op mochten. En voor een bedrag voor alle drie de bewakers mochten we het terrein op en liepen ze met ons mee. 


Het leek wel een aflevering van Spoorloos. Met oude foto’s op onze mobieltjes en plattegronden uit de Atlas Japanse interneringskampen probeerden we de plek te lokaliseren. In eerste instantie werden we naar een stuk gebracht waar gerenoveerd was en waar de studenten van de academie hun slaapzalen hebben. Maar het leek niet te kloppen met de plattegrond. Een duidelijk herkenningspunt op die kaart was de paardenstal. Die plek was nog te herleiden, want dat was nu de garage van de politiebusjes, de moderne paardenkrachten dus. Van daaruit liet men ons toe tot een vervallen plek waar de cellen en de tralies nog te zien waren. Het blijft moeilijk om je er een voorstelling van te maken. Waar waren de veldjes waar ze nog wat probeerden te verbouwen, waar zou de latrineplek geweest zijn en waar zouden ze voortdurend in de hitte op appel hebben gestaan? 


De bewakers vertelden ons dat dit stuk nooit herbouwd is omdat er geesten huizen. Een slaapzaal in het gerenoveerde stuk is niet bewoond omdat de studenten er stemmen van vrouwen en kinderen zouden horen. Ik weet niet wat daarvan te denken, maar wie weet werkt het hier zo in het land van de Goena Goena (Stille kracht. In het dagelijks taalgebruik worden onverklaarbare verschijnselen die zich afspelen in Indonesië vaak aangeduid met het begrip goena-goena. Als Nederlandse vertaling wordt al snel het door Couperus geïntroduceerde begrip stille kracht gebezigd.) 






En ook na de capitulatie van Japan (15 augustus 1945) waren de vrouwen en kinderen nog niet veilig. De Bersiaptijd brak aan. Opstand! Merdekka! In oktober 1945 werd het kamp aangevallen door Indonesische nationalisten en op 26 november 1945 weer bevrijd door de Britten. Tot juni 1946 werd het kamp nog gebruikt als evacuatiekamp. Oma en mama vertrokken december 1945 naar kamp Lampersari in Semarang en gingen na 14 dagen de boot op, terug naar Holland. Niet rechtstreeks, eerst nog 4 maanden in een vluchtelingenkamp in Bangkok vanwege alle besmettelijke ziektes die ze bij zich droegen. In mei 1946 kwamen ze in Nederland in Rotterdam aan.

zondag 29 september 2019

Vulkanen en theevelden - de omgeving van Bandoeng

Bandoeng ligt hoger in de bergen dan Bogor en de omgeving heeft dan ook een andere uitstraling en andere vegetatie. Het plan was om naar de vulkaan de Tangkuban Perahu te gaan. De naam betekent ‘omgekeerde boot’ omdat het die vorm heeft. Helaas voor ons was de vulkaan recentelijk nog uitgebarsten. Onze chauffeur had er een zelfgemaakt filmpje van op zijn telefoon. Hij zat te wachten op zijn gasten toen de vulkaan een enorme aswolk uitstootte. Sindsdien is het onrustig gebleven en toen we aankwamen bij de toegang naar de vulkaan werden we helaas weer weggestuurd. Het was nog te onrustig. Dat was nou jammer zeg, maar op Flores hebben we ook nog een vulkaan op het programma staan, dus hopelijk komen we nog aan onze trekken.

We reden door het landschap van ‘ Heren van de thee’ zoals Hella Haasse dat zo mooi beschrijft. Prachtig glooiend landschap met theestruiken. We zagen niet veel plukkers aan het werk. Tatang vertelde dat het al lange tijd droog was en dat er daardoor minder oogst is. Daarom wordt er op dit moment driemaal per dag geoogst maar slechts een keer. We kwamen langs een theefabriek en hebben binnen een kijkje genomen. Dat kon omdat er vandaag niet werd gewerkt (vanwege de kleine oogst). Een lokale gids liet ons zien waar de thee binnenkomt die op het veld geplukt is. In het geval van deze fabriek gaat het om zwarte thee. Dat zijn de grote, oudere bladen van de plant. Witte en groene thee wordt van de jonge blaadjes in de top gemaakt, maar dat gebeurde in andere fabrieken. We kregen grote droogrekken te zien waarop 25 kg bladeren worden uitgespreid. Daaronder blaast hete lucht en de temperatuur in de hal loopt dan op tot zo’n 40 graden. 


Er stond een enorme weegschaal om met precisie het gewicht te wegen. Uiteraard konden we even niet de verleiding weerstaan om er op te gaan staan. De gids kon 2x in een Europeaan zoals wij qua gewicht. Hij moest er erg om lachen.
De verwerking in deze fabriek gebeurt vrijwel helemaal machinaal. Na het drogen volgt fermenteren, uit sorteren en verpakken in enorme zakken die naar de fabrieken in Bandoeng gaan om er theezakjes mee te vullen. 
De fabriek werkt onder het motto: You can’t sell low quality, no matter how low the price’. Tot slot kregen we uiteraard een kopje thee aangeboden. Heerlijke jasmijnthee drinken we vaak hier in Indonesië .

Een volgende stop was bij een mooie waterval en daarna gingen we door naar heetwaterbronnen. Het was al snikheet, maar we zijn er toch nog even in gedoken. De temperatuur was behoorlijk hoog omdat de vulkaan zo actief was. Hoe dan ook, toch lekker om even te luieren in en bij het water.


Terug in Bandoeng ben ik nog even met mijn fototoestel door het hotel gegaan en door de straten er omheen. Je vindt er veel art deco terug en dat vind ik persoonlijk een prachtige stijl. Je ziet het in de straatlantaarns, de straatnaambordjes, uiteraard in de bouwstijl van veel gebouwen, in ornamenten en ga maar door. Echt mooi!





Van dit alles namen we de volgende ochtend afscheid want er stond een treinreis op de planning.
Met de trein van Bandoeng naar Semarang. We moesten vroeg op want de trein vertrok om kwart over zes ‘s ochtends.  We moesten op perron 1 zijn, precies aan de andere kant van het station dan waar we binnen kwamen. Dus sporen oversteken. Niet zoals bij ons met tunnels onder het spoor door, maar gewoon oversteken en goed opletten. Tot we bij perron 3 kwamen. Er kwam net een trein aan die ging stilstaan op de plek waar je kon oversteken. En ook op perron 2 kwam een trein tot stilstand. Dus wat doe je dan: je steekt dwars door de treinen heen over naar perron 1. Trapje voor de deur, halletje doorsteken en aan de andere kant weer een trapje af en dat dus twee keer. 
Eenmaal onderweg genoten we van het uitzicht. Bij stations zie je vaak de achterkant van de woonwijken, hier dus ook met alle armoe en rommel. Heel grappig ook om de horde brommers te zien staan voor de overgang als we ze kruisen. Hoe vroeg het ook is het zijn er enorm veel. Later kom je meer in het open landschap en daar zagen we vooral de sawa’s. Rijst die verbouwd wordt op de helling op terrassen. We zagen het in verschillende stadia. Net nieuw geplant, groen en aan het groeien of geel en vol met rijst. Vervolgens allemaal gele stoppel van de afgesneden rijsthalmen. Hoe langer de reis duurde hoe vlakker het landschap werd. Nu geen terrassen meer, maar wel velden vol rijstbouw. Hier en daar een soort hutje/afdakje en mensen die de rijst uit de halmen aan het slaan waren. En elders weer stroken waar de rijst te drogen werd gelegd. Van lieverlee veranderde ook de gewassen: mais, tabak, kolen e.d. 



Onderweg deden we 9 stations aan. Bij het derde station reed de trein achteruit verder. Alle stoelen stonden in een richting, vooruit, opgesteld. Groot was onze verbazing toen iedereen ineens op ging staan, tassen ging verplaatsen en tot slot, o verrassing, de stoelen los zette en omdraaiden! Heel komisch, iedereen reed weer vooruit. Maar alles wat je in het vakje van de stoel voor je had gedaan was ineens verhuisd naar twee stoelen achter je. Het was even een puzzeltje om je spullen weer bij elkaar te vinden.



Na een lange reis van 8 uur kwamen we aan in Semarang om door te rijden naar Ambawara. Deze tussenstop maken we om de volgende dag naar Banjoebiroe te gaan, het kamp waar oma en ma het laatste jaar van de oorlog doorbrachten. 

donderdag 26 september 2019

Pandu en Karees

De tweede dag in Bandoeng stond helemaal in het teken van het verleden.
‘s Ochtends vroeg zijn we naar het Ereveld Pandu gegaan waar opa Middel begraven ligt, samen met zo’n 4000 anderen. Er zijn op Java nog 7 erevelden.
We werden ontvangen door een man van de oorlogsgravenstichting. Deze stichting onderhoudt de erevelden. Er lag bij de ontvangstplek een register van alle erevelden waar je op naam in kunt zoeken waar iemand ligt. Van opa wisten we het al omdat ook online een register is te doorzoeken op de site van de oorlogsgravenstichting. Op Pandu liggen zowel militairen als burgers. De vorm van de graftekens geeft aan of het om een man of vrouw gaat en van welke religieuze stroming. Rechte kruisen voor christelijke mannen/jongens, kruisen met een soort klavervorm aan de uiteinden voor vrouwen/meisjes. Voor Joden een ster, voor moslims een rechte plaat met geschulpte bovenrand, voor boeddhisten een plaat met ronde bovenrand. 
We hebben een mooi bloemstuk van orchideeën geplaatst en even voor het moment zelf een foto erbij geplaatst. Daarop afbeeldingen van oma’s graf en mijn moeders graf en in het midden een foto van het gezin voor de oorlog. 






In de bezoekerslijst kon je aangeven wie je was, waarom je de begraafplaats bezoekt en eventuele andere opmerkingen. Tijdens het plaatsen van de bloemen bij het graf was ik wel ontroerd, maar niet heel emotioneel. Maar bij het invullen van het bezoekersregister schoot ik wel vol. Zo fijn om te zien dat er nog altijd aan deze oorlogsslachtoffers wordt gedacht, niet alleen door nabestaanden maar ook door anderen die bijvoorbeeld als toerist hier een bezoek aan de erevelden brengen. Het is erg indrukwekkend om zoveel graven bij elkaar te zien en de jonge leeftijden van de mensen die hier liggen. Vooral aan uitputting en ziekte zijn er veel overleden. Een naam viel me op: J.J. Nooitmeer. En ook kruisen met alleen maar ‘Onbekend’ er op. Het idee dat er nog altijd families zijn die nooit zekerheid hebben gekregen over het lot van hun geliefden die hier wellicht begraven liggen.




Wist je dat in het Binnenhof een Erelijst van Gevallenen 1940-1945 ligt? Elke dag wordt een bladzijde met namen omgedraaid. Deze lijst is niet compleet en wordt nog steeds bijgewerkt. Mijn opa stond er niet in vermeld en ik heb een verzoek gedaan hem daar ook in op te nemen. Vandaag ontving ik bericht van het NIOD dat zijn naam (digitaal) is bijgeschreven. (De papieren versie is te kwetsbaar geworden om nog verder aan te vullen). Jelte Middel wordt nu ook in Nederland herdacht.



Later op de dag gingen we op zoek naar de wijk waar het vrouwenkamp Karees in Bandoeng ligt. Dat is goed beschreven in de Reisgids Indonesië : oorlogsplekken 1942 - 1949. De oude Hollandse straatnamen zijn na de onafhankelijkheid van Indonesië allemaal gewijzigd in Maleise namen, waardoor het lastig kan zijn om plekken terug te vinden. Maar in deze gids stond een kaartje met de oude straatnamen en in de beschrijving van het kamp de huidige namen van de straten waarbinnen het kamp lag. Je moet je voorstellen dat de wijk werd omheind met prikkeldraad en gedek (bamboeschuttingen). In het begin van de oorlog (die in Indonesië begin maart 1942 begon) wisten de Jappen niet wat ze met alle mensen aan moesten en hadden ze nog geen ‘voorzieningen’ dus werden de vrouwen en kinderen bij elkaar in afgesloten wijken gestopt. Met meerdere gezinnen in een huis. Later werden er grotere interneringskampen gerealiseerd en werden vrouwen en kinderen daar naar toe verplaatst. Oma en mama zaten eerst in Buitenzorg (Bogor) in de eigen woonwijk geïnterneerd.  December 1942 werden ze verplaatst naar kamp Karees en twee jaar later werden ze weer naar een ander kamp verplaatst.



Om een indruk te krijgen van hoe groot de wijk was zijn mijn zus Hester en ik er door heen gelopen. In de wijk, die nog steeds mooie huizen uit het koloniale tijdperk heeft, werden destijds 5000 vrouwen en kinderen opgesloten. Men had geen inkomen meer (alle tegoeden waren geblokkeerd) en overleefde door te handelen in kleding, sieraden en andere zaken die men nog mee had kunnen nemen. Er werd gehandeld met de Indische mensen buiten het kamp bij het gedek. Niet zonder risico want het was verboden. Het blijft moeilijk voor te stellen hoe het was, ook al loop je er door heen. Maar het geeft je wel een idee hoe groot het ongeveer was.
Al met al weer een bijzondere dag in onze reis naar het verleden.

woensdag 25 september 2019

Bogor-Bandoeng

Van Bogor naar Bandoeng was een lange rit van zo’n 5 uur. We vertrokken op tijd, maar het verkeer is hier gekkenwerk. Zo ongelofelijk druk! Brommers halen van alle kanten in en voor de rest schuiven busjes en auto’s telkens over de lijnen van de weghelften om driedubbeldik langs elkaar in te halen. Je moet om hier te kunnen rijden heel tolerant en geduldig zijn. Je kunt rustig een kwartier achter een vrachtwagen blijven hangen omdat je er telkens niet voorbij komt. De enige personen die direct voorrang krijgen zijn hoge officieren. We kwamen langs de plek waar de commando’s getraind worden en werden daar diverse keren naar de kant van de weg gebonjourd door auto’s met sirenes en daar achteraan wagens met daarop het aantal sterren van de inzittende generaal e.d.



We reden door de Pucakpas. O.a. Theevelden waren er te zien, maar helaas hebben we weinig gestopt om hier foto’s te maken. Op een gegeven moment reden we door een dorp dat helemaal wit uitgeslagen was van de kalk die vlakbij gedolven werd en verwerkt. Je snapt bijna niet dat er nog mensen willen wonen, maar ja, als daar werk voor je te vinden is... Onze chauffeur vertelde dat de mensen financieel gecompenseerd zijn voor alle longaandoeningen e.d. Alsof het dan goed is...

Al met al een lange rit en laat in de middag kwamen we in Bandoeng aan. We zitten hier in het Savoy Homann Hotel, dat in Art Deco stijl is gebouwd. Dat vind je in deze hele buurt, uit de tijd van het kolonialisme. Een mooie wijk. De woningen hier en van de Nederlandse kolonisten zijn beschermd gezicht. Alles moet in de oude stijl blijven.
Overigens kwamen we aan bij het hotel en konden we niet voor de deur afgezet worden omdat er allemaal hoge gasten werden ontvangen. Er was een vierdaagse bijeenkomst met een belangrijke imam. De gang zag zwart (of eigenlijk wit van al die gewaden) met moslims op hun mooist. Het leek wel Suikerfeest. In een enorme zaal zaten veel mannen en voor de ramen keken vrouwen mee. Toen we ‘s avonds naar buiten gingen om ergens te gaan eten moesten we ons eerst door een haag mensen heen wringen, vervolgens vele militaire bewaking passeren en toen we buiten kwamen leek het wel of we op de rode loper liepen voor een gala,zoveel mensen en fotografen.

Helaas konden we het restaurant dat Tatang ons had aangeraden niet vinden en tenslotte eindigden we in een ...Italiaans restaurant! Met serieus lekkere pasta.
Waar we hier wel telkens bij het eten tegen aan lopen is dat de menukaarten voor 80% niet kloppen met de realiteit. We maken nu aldoor een keus, dan een tweede optie en ook nog een derde optie. Want bijna altijd is het gerecht ‘sold out’ .
Sowieso moeten we er aan wennen dat mensen hier heel omzichtig zijn en lang zo direct niet als wij Hollanders.
Als Tatang het over de oorlog met ons heeft dan zegt hij bijvoorbeeld dat de Jappen ‘niet zo aardig’ waren voor de Nederlanders. Nogal een understatement als je de erevelden bezoekt.


Voordat we naar het hotel reden hebben we eerst een bezoek gebracht aan een anklung voorstelling. We kregen een erg ingekorte versie van een wajang poppenspel te zien, met op de achtergrond de gammalan muziek. Heel traditioneel, deze muziek in een toonladder van 5 tonen. Daarna kwamen er allemaal kinderen het podium op de Angklung school zitten. Anglung is traditionele muziek op een bamboe instrument. Bamboe stokken van een bepaalde lengte en dikte staan in een raamwerken gemonteerd . Door er mee te schudden maakt het een mooi geluid. Elke Angklung is 1 toon. Soms hadden de kinderen meerdere angklungs. De kinderen speelden wat  Indonesische melodieën van de diverse streken in Indonesië. Een paar kinderen dansten er ook regionale dansen bij.





 En daarna was het de beurt aan ons als publiek. Iedereen kreeg een Angklung in handen. Eerst er goed mee leren schudden: kort, langer, lang. Op elke  Angklung  stond een getal van 1 tot 10. Voor elk getal had de docent een handgebaar. Als jouw nummer gebaard werd moest je je Angklung schudden. En zo ontstaat er zonder veel oefenen mooie muziek. Verrassend hoe snel iedereen het onder de knie heeft en hoe snel het tot resultaat leidt. We genoten er allemaal van! Zoals de presentator concludeerde: muziek maakt je blij en verenigt de mensen. We kwamen er helemaal enthousiast vandaan.




dinsdag 24 september 2019

Drie dagen in Indonesië en nog geen tijd gehad om te schrijven. Dus nu een verlate start.



De vlucht naar Jakarta verliep voorspoedig en op het nieuwe vliegveld Soekarno Hatta werden we opgewacht door Tatang, onze chauffeur tijdens ons verblijf op Java. Hij reed ons rechtstreeks naar Bogor, het vroegere Buitenzorg. Hier hebben oma, mama en opa bijna een jaar gewoond aan de Beatrixlaan.
We kwamen te vroeg aan om te kunnen inchecken, dus eerst hebben we in de mall naast het hotel de Starbucks bezocht. Deze eerste dag was vooral een bijkom dag. Niets gepland, gewoon een beetje bijkomen aan het zwembad en ‘s avonds eten in het hotel.
Dat laatste hadden we beter niet kunnen doen. We waren de enige gasten en het eten was smakeloos en lauw. Niet voor herhaling vatbaar dus.

De volgende dag stond een bezoek aan de botanische tuinen op het programma en een kijkje in de vroegere Beatrixlaan. We kregen een gids mee, Didi. Hij deed meteen het voorstel om het programma uit te breiden met een paar andere uitstapjes.
En zo kwam het dat we eerst op een lokale markt belandden. Didi liet ons van alles proeven. Heerlijke vruchten, maar de namen heb ik niet onthouden. Er was een vrucht bij die een schil had die op een slangenhuid leek. Was lekker, zoetig en schijnbaar goed tegen eventuele diarree. Altijd goed om te weten in dit soort landen!



Vervolgens nam hij ons de kampong in naar een tofu-fabriekje. In een heel krappe snikhete ruimte stonden mannen sojabonen te weken, malen en koken. Vervolgens in kleine blokjes gesneden in pakjes van 5 stuks verpakt. Hiermee zie je heel veel straatverkopers tussen de auto’s doorlopen om het aan de man te brengen.

Daarna door naar een wajangpoppen-maker. Het hele gezin werkte in dit bedrijfje mee: koppen snijden, kleding voor de poppen maken, de poppen beschilderen. We kregen kort wat uitleg over de poppen. Degene met lichte gezichten zijn de goeden, degene met rode koppen en grote tanden zijn de slechteriken. De verhalen die met de poppen gespeeld worden kunnen wel 7 uur duren. Tijdens het poppenspel staan de goeden links opgesteld en de slechten rechts. Hester had zich voorgenomen 2 poppen mee naar Nederland te nemen, dus heeft ze die gelijk aangeschaft.
Ik denk dat Didi met zijn extra uitstapjes naast ons programma leuk provisie heeft gehad.




Het was inmiddels tijd om te lunchen. Dit keer hebben we heel smakelijke nasi gegeten. Biertje erbij is not done in dit zeer islamitische land. Dus het wordt al gauw een colaatje. Wat ik lastig vind is hoe om te gaan met groenten en fruit. Het liefst zou ik het allemaal opeten, maar de kans dat het door het water is gehaald is te groot. Toch maar niet doen, maar ik heb het gevoel vitamines tekort te krijgen.

Halverwege de middag was het dan toch eindelijk zover dat we in de Botanisch Tuin kwamen. Didi liet ons diverse mooie plekken zien: de orchideeen tuin, de bamboetuin, de cactustuin en een deel met bomen met enorme groot uitlopende stammen. Het paleis in de tuin wordt bewoond door de minister president, daar kon je alleen vanaf een afstand naar kijken. Het park is 80 hectare groot, dus je kunt er heel veel tijd doorbrengen. Er is ook nog een kleine Hollandse begraafplaats te vinden uit de 19e eeuw. Didi liet ons af en toe ook zien hoe hij als kind speelde met wat er voor handen was in het park. Een heel vernuftig spelletje met 2 bloemetjes, waarbij de ene bloem met uitsteekseltjes het andere bloemetje deed opwippen. Net een sprinkhaan die wegspringt. Later plukte hij ergens drie bladeren af.In een blad legde hij een soort knoop, de andere twee legde hij half over elkaar heen en de lange stelen ervan knakte hij op een paar plekken. Met een paar bewegingen had hij een wajangpop gemaakt van blad en hij kon er ook nog leuk mee spelen! Hij was heel onderhoudend!




Het slot van de tocht ging langs de vroegere Beatrixlaan. Die heet nu JL.Cikuray. Met een paar foto’s in de hand uit oma’s fotoboek probeerden we het huis te herkennen. Nummer 43 waarop oma en ma gewoond hebben was nogal slecht onderhouden. 




Het straatje zelf is best mooi, met mooie huizen en door bewakers beveiligd. We waren er niet helemaal zeker van of het huis dat we zagen hetzelfde was als van de foto’s, maar volgens Tatang was dit echt de Beatrixlaan. Het gaf ons in elk geval wel een idee van hou ze destijds gewoond hebben. Echt op loopafstand van de Botanische Tuin, dus we konden ons goed voorstellen dat oma daar graag met ma in de kinderwagen rondwandelde.


Moe maar voldaan kwamen we weer in ons hotel aan. ‘S avonds een klein hapje gegeten en rond tienen weer naar onze kamers om lekker te gaan slapen. Morgen een lange rit op het programma!