Bandoeng ligt hoger in de bergen dan Bogor en de omgeving heeft dan ook een andere uitstraling en andere vegetatie. Het plan was om naar de vulkaan de Tangkuban Perahu te gaan. De naam betekent ‘omgekeerde boot’ omdat het die vorm heeft. Helaas voor ons was de vulkaan recentelijk nog uitgebarsten. Onze chauffeur had er een zelfgemaakt filmpje van op zijn telefoon. Hij zat te wachten op zijn gasten toen de vulkaan een enorme aswolk uitstootte. Sindsdien is het onrustig gebleven en toen we aankwamen bij de toegang naar de vulkaan werden we helaas weer weggestuurd. Het was nog te onrustig. Dat was nou jammer zeg, maar op Flores hebben we ook nog een vulkaan op het programma staan, dus hopelijk komen we nog aan onze trekken.
We reden door het landschap van ‘ Heren van de thee’ zoals Hella Haasse dat zo mooi beschrijft. Prachtig glooiend landschap met theestruiken. We zagen niet veel plukkers aan het werk. Tatang vertelde dat het al lange tijd droog was en dat er daardoor minder oogst is. Daarom wordt er op dit moment driemaal per dag geoogst maar slechts een keer. We kwamen langs een theefabriek en hebben binnen een kijkje genomen. Dat kon omdat er vandaag niet werd gewerkt (vanwege de kleine oogst). Een lokale gids liet ons zien waar de thee binnenkomt die op het veld geplukt is. In het geval van deze fabriek gaat het om zwarte thee. Dat zijn de grote, oudere bladen van de plant. Witte en groene thee wordt van de jonge blaadjes in de top gemaakt, maar dat gebeurde in andere fabrieken. We kregen grote droogrekken te zien waarop 25 kg bladeren worden uitgespreid. Daaronder blaast hete lucht en de temperatuur in de hal loopt dan op tot zo’n 40 graden.
Er stond een enorme weegschaal om met precisie het gewicht te wegen. Uiteraard konden we even niet de verleiding weerstaan om er op te gaan staan. De gids kon 2x in een Europeaan zoals wij qua gewicht. Hij moest er erg om lachen.
De verwerking in deze fabriek gebeurt vrijwel helemaal machinaal. Na het drogen volgt fermenteren, uit sorteren en verpakken in enorme zakken die naar de fabrieken in Bandoeng gaan om er theezakjes mee te vullen.
De fabriek werkt onder het motto: You can’t sell low quality, no matter how low the price’. Tot slot kregen we uiteraard een kopje thee aangeboden. Heerlijke jasmijnthee drinken we vaak hier in IndonesiĆ« .
Een volgende stop was bij een mooie waterval en daarna gingen we door naar heetwaterbronnen. Het was al snikheet, maar we zijn er toch nog even in gedoken. De temperatuur was behoorlijk hoog omdat de vulkaan zo actief was. Hoe dan ook, toch lekker om even te luieren in en bij het water.
Terug in Bandoeng ben ik nog even met mijn fototoestel door het hotel gegaan en door de straten er omheen. Je vindt er veel art deco terug en dat vind ik persoonlijk een prachtige stijl. Je ziet het in de straatlantaarns, de straatnaambordjes, uiteraard in de bouwstijl van veel gebouwen, in ornamenten en ga maar door. Echt mooi!
Van dit alles namen we de volgende ochtend afscheid want er stond een treinreis op de planning.
Met de trein van Bandoeng naar Semarang. We moesten vroeg op want de trein vertrok om kwart over zes ‘s ochtends. We moesten op perron 1 zijn, precies aan de andere kant van het station dan waar we binnen kwamen. Dus sporen oversteken. Niet zoals bij ons met tunnels onder het spoor door, maar gewoon oversteken en goed opletten. Tot we bij perron 3 kwamen. Er kwam net een trein aan die ging stilstaan op de plek waar je kon oversteken. En ook op perron 2 kwam een trein tot stilstand. Dus wat doe je dan: je steekt dwars door de treinen heen over naar perron 1. Trapje voor de deur, halletje doorsteken en aan de andere kant weer een trapje af en dat dus twee keer.
Eenmaal onderweg genoten we van het uitzicht. Bij stations zie je vaak de achterkant van de woonwijken, hier dus ook met alle armoe en rommel. Heel grappig ook om de horde brommers te zien staan voor de overgang als we ze kruisen. Hoe vroeg het ook is het zijn er enorm veel. Later kom je meer in het open landschap en daar zagen we vooral de sawa’s. Rijst die verbouwd wordt op de helling op terrassen. We zagen het in verschillende stadia. Net nieuw geplant, groen en aan het groeien of geel en vol met rijst. Vervolgens allemaal gele stoppel van de afgesneden rijsthalmen. Hoe langer de reis duurde hoe vlakker het landschap werd. Nu geen terrassen meer, maar wel velden vol rijstbouw. Hier en daar een soort hutje/afdakje en mensen die de rijst uit de halmen aan het slaan waren. En elders weer stroken waar de rijst te drogen werd gelegd. Van lieverlee veranderde ook de gewassen: mais, tabak, kolen e.d.
Onderweg deden we 9 stations aan. Bij het derde station reed de trein achteruit verder. Alle stoelen stonden in een richting, vooruit, opgesteld. Groot was onze verbazing toen iedereen ineens op ging staan, tassen ging verplaatsen en tot slot, o verrassing, de stoelen los zette en omdraaiden! Heel komisch, iedereen reed weer vooruit. Maar alles wat je in het vakje van de stoel voor je had gedaan was ineens verhuisd naar twee stoelen achter je. Het was even een puzzeltje om je spullen weer bij elkaar te vinden.
Na een lange reis van 8 uur kwamen we aan in Semarang om door te rijden naar Ambawara. Deze tussenstop maken we om de volgende dag naar Banjoebiroe te gaan, het kamp waar oma en ma het laatste jaar van de oorlog doorbrachten.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten