Een belangrijke plek tijdens deze reis is voor ons Banjoebiroe, het kamp waar oma en mama van december 1944 tot en met december 1945 hebben gezeten.
Maar voor we daarheen rijden brengen we eerst een bezoek aan twee musea.
De eerste was meer een uitstalling van wat oorlogswaar. Het was een herdenkingsplek in Semarang van de tijd van de Politionele acties (1947-1949) gezien vanuit de ogen van de Indonesiërs. Op deze plek is hevig gevochten. Aan wat er na de oorlog in Indie is gebeurd wordt in Nederland beperkt aandacht besteed. Maar er is de mensen hier veel leed aangedaan in die periode. (Zonder weg te willen wissen dat ook de Indische strijders veel slachtoffers hebben gemaakt!). In dit museum vooral foto’s van vooraanstaande strijders en generaals en buiten wat buitgemaakte oorlogsmaterieel, zoals een tank en een vliegtuig. Toevallig stond er dit weekend in het NRC een stuk over het boek van Thom Hoffman: Een verborgen geschiedenis: Anders kijken naar Nederlands Indie waarin hij met foto materiaal uit de periode 1814-1950 een ander beeld geeft van de rol van Nederland in Indie.
Het andere museum was het Spoorwegmuseum. De spoorwegen zijn in de 19e eeuw aangelegd in Indie. Uiteraard werd er destijds nog gebruik gemaakt van stoomtreinen. We hebben ze uitgebreid bekeken.
Ook om een indruk te krijgen van waarin oma en mama werden vervoerd. Toen ze destijds van Flores naar Java kwamen gingen ze per trein van Soerabaja naar Magelang. Een reis van een dag. Later vertrokken ze naar Bandoeng, een halve dag met de trein, en nog weer later naar Buitenzorg met de trein.
Ook om een indruk te krijgen van waarin oma en mama werden vervoerd. Toen ze destijds van Flores naar Java kwamen gingen ze per trein van Soerabaja naar Magelang. Een reis van een dag. Later vertrokken ze naar Bandoeng, een halve dag met de trein, en nog weer later naar Buitenzorg met de trein.
Tijdens hun kampperiode zijn ze van Karees naar Banjoebiroe verplaatst in een geblindeerde trein. De tocht duurde 3 dagen omdat ze telkens stil werden gezet, in de brandende hitte, zonder eten, drinken en een mogelijkheid om naar een wc of zo te gaan.
Banjoebiroe was een oude gevangenis voor de oorlog. Tijdens de oorlog werden er vrouwen en kinderen geïnterneerd. Volgens de eerder genoemde reisgids was het een mannengevangenis, maar andere bronnen bevestigen dat het een vrouwenkamp was. Op dit moment is het een politieacademie. We zouden er dus nog resten van terug kunnen vinden, maar waren wel afhankelijk van de goodwill van de huidige gebruikers van de plek. Het was goed dat we Tatang bij ons hadden. Hij ging voor ons onderhandelen met de bewaking of we het terrein op mochten. En voor een bedrag voor alle drie de bewakers mochten we het terrein op en liepen ze met ons mee.
Het leek wel een aflevering van Spoorloos. Met oude foto’s op onze mobieltjes en plattegronden uit de Atlas Japanse interneringskampen probeerden we de plek te lokaliseren. In eerste instantie werden we naar een stuk gebracht waar gerenoveerd was en waar de studenten van de academie hun slaapzalen hebben. Maar het leek niet te kloppen met de plattegrond. Een duidelijk herkenningspunt op die kaart was de paardenstal. Die plek was nog te herleiden, want dat was nu de garage van de politiebusjes, de moderne paardenkrachten dus. Van daaruit liet men ons toe tot een vervallen plek waar de cellen en de tralies nog te zien waren. Het blijft moeilijk om je er een voorstelling van te maken. Waar waren de veldjes waar ze nog wat probeerden te verbouwen, waar zou de latrineplek geweest zijn en waar zouden ze voortdurend in de hitte op appel hebben gestaan?
De bewakers vertelden ons dat dit stuk nooit herbouwd is omdat er geesten huizen. Een slaapzaal in het gerenoveerde stuk is niet bewoond omdat de studenten er stemmen van vrouwen en kinderen zouden horen. Ik weet niet wat daarvan te denken, maar wie weet werkt het hier zo in het land van de Goena Goena (Stille kracht. In het dagelijks taalgebruik worden onverklaarbare verschijnselen die zich afspelen in Indonesië vaak aangeduid met het begrip goena-goena. Als Nederlandse vertaling wordt al snel het door Couperus geïntroduceerde begrip stille kracht gebezigd.)
En ook na de capitulatie van Japan (15 augustus 1945) waren de vrouwen en kinderen nog niet veilig. De Bersiaptijd brak aan. Opstand! Merdekka! In oktober 1945 werd het kamp aangevallen door Indonesische nationalisten en op 26 november 1945 weer bevrijd door de Britten. Tot juni 1946 werd het kamp nog gebruikt als evacuatiekamp. Oma en mama vertrokken december 1945 naar kamp Lampersari in Semarang en gingen na 14 dagen de boot op, terug naar Holland. Niet rechtstreeks, eerst nog 4 maanden in een vluchtelingenkamp in Bangkok vanwege alle besmettelijke ziektes die ze bij zich droegen. In mei 1946 kwamen ze in Nederland in Rotterdam aan.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten