woensdag 2 oktober 2019

Yogjakarta

Na Banjoebiroe reden we door naar Yogjakarta.

Eigenlijk is de omgeving van Banjoebiroe erg mooi. Water, sawa’s, mooie huizen en veel landbouw van weer andere gewassen dan we eerder gezien hebben. Het is hier koeler en daardoor worden er ook meer Europees aandoende planten gekweekt zoals rozen e.d. Al met al een mooie en ontspannende reis. Ik kreeg het voor elkaar om dit jaar weer mijn camera (bijna) te verliezen door het in een restaurant op tafel te laten staan. Zo dom! Na mijn ervaring in Australië vorig jaar zou je toch denken dat je dat niet nog eens overkomt. Gelukkig realiseerde ik mij al vrij snel dat de camera ontbrak, dus zijn we weer teruggereden en was mijn camera inmiddels gevonden.

Eenmaal in Yogja aangekomen zitten we weer middenin de hectiek van het drukke verkeer. Tatang zette ons uiteindelijk af voor een prachtig hotel. Van hieruit gaan we een paar dagen allemaal leuke dingen doen.


Eerst ‘s avonds naar het Ramayana Ballet, een voorstelling met een verhaal uit de Hindoe cultuur. Uiteraard een liefdesverhaal, met vele personen, goden en vorsten. Gelukkig werd op de muur af en toe zowel in het Engels als Maleis de strekking van de scène verteld. De kostuums zijn werkelijk prachtig, de bewegingen verfijnd en op de achtergrond zie je je hindoetempel de Prambajan staan. Erg sprookjesachtig. Grappig om te zien dat de Indonesische bezoekers het verhaal goed kennen en reageren op wat ze zien. Er zit ook de nodig humor in.



Wat uiteraard niet kon ontbreken bij een bezoek aan Indonesië is een bezoek aan de Borobudur, een boeddhistische tempel. De opbouw van de tempel is gebaseerd op de Lotusbloem. Van boven heeft het een aanzicht van een mandala. Er zijn 6 ‘etages’ en elk niveau hoger is een trede hoger naar de hemel. Het is dan ook een hele klim naar de hemel! Vooral in de hitte! Ik had er flink voor getraind in de sportschool. Trappen lopen, trappen lopen, trappen lopen... En het heeft wel geholpen want het klimmen vond ik fysiek niet eens zo zwaar, maar de hitte wel!



We hadden een erg leuke gids, die ons een aantal zaken vertelde over de verhalen op de verschillende niveau’s in het leven van een boeddhist. Deze staan in de vorm van gebeeldhouwde verhalen uitgebeeld op de verschillende etages. Het eerste niveau heet Kamadhatu en beschrijft het leven van de mensen die in staat zijn bepaalde verleidingen te weerstaan, zoals diefstal, haat e.d. Op het tweede niveau Rupadhatu heb je de verleidingen al meer onder controle, maar ben je nog gebonden aan regels en op het derde niveau Arupadhatu bereik je het Nirvana. Op dit niveau van de tempel vind je de stoepa’s met daarin Boeddha’s. Onderweg naar boven kregen we nog een les in de verschillende handposities van Boeddha, ook wel Mudra’s geheten: de aarde als getuige oproepen,vrijgevigheid, concentratie en meditatie, onverschrokkenheid, onderwijs en het draaien van het dharmawiel.



De gids bleek ook een goede fotograaf en filmer. Telkens nam hij de camera over en maakte een filmpje of fotografeerde ons vanuit mooie of grappige hoeken.



Na een heerlijke lunch nam Tatang ons mee naar een batikfabriek waar met de hand wordt gebatikt. Het hele proces van was aanbrengen, verven, was verwijderen, nieuwe was, nieuwe kleur enzovoort werd ons getoond. Wat een geduldwerk! Elke kleur wordt afzonder aangebracht en beide kanten van de stof worden bewerkt. Dus heel veel handelingen om het uiteindelijke motief te verkrijgen. Uiteraard eindigt de rondleiding in de winkel met de prachtigste stoffen! Ik heb een mooie shawl aangeschaft en Hester tafelkleden. Het was bijna onmogelijk om een keus te maken, zoveel motieven!



Wat we ook nog graag wilden zien was de vogeltjesmarkt. Voor zover het de vogeltjes betrof vond ik het nog wel leuk. Maar er stonden ook allemaal andere dieren te koop in veel te kleine hokjes, amechtig hijgend in de hete zon. Hondjes, konijntjes, hamsters, capucijneraapjes, reptielen en ga maar door. Het toppunt van ellende vond ik eendagskuikens die in fluorescerende kleuren waren geverfd. Nee, daar zou bij ons de dierenbescherming nooit genoegen mee nemen.



Na een goede nachtrust gingen we de volgende dag al vroeg op pad om te fietsen in de dessa. De gids woonde in het dorpje Bantar en had een mooi huisje. De fietsen waren zijn grote trots. Oude exemplaren uit Europa: Batavus, Gazelle enzovoorts. Geen versnelling dus, gammele handremmen en natuurlijk te laag afgesteld voor ons grote Europeanen. Maar dat was nog wel aan te passen. Met het remmen moesten we wel oppassen dat we niet te hard gingen anders hielden ze het niet. Af en toe hobbelden we over een verkeersdrempel. Die noemen ze hier ‘luie politie’ omdat de politie dan niet zoveel hoeft te controleren op snelheid.



 We reden door het dorpje en later door de sawa’s. Prachtig en heel rustig na alle hectiek van de stad. We stopten bij een familie die ons lieten zien hoe ze woonden en werkten. De vrouw weefde stoffen en de man bewerkte de rijstvelden. Op een gegeven moment demonstreerde de vrouw op ons hoe de stoffen werden gedragen. Ze probeerde om mij heen te reiken om de stof om te doen, maar ze was erg klein en ik erg omvangrijk waardoor haar armen te kort waren. We moesten er allebei erg om lachen!



 Onderweg brak de pedaal nog af van Hesters fiets, dus even een stop bij een fietsenmaker. Ook nog een korte stop bij een schooltje. Het was pauze en we mochten even in het lokaal kijken. Eenmaal weer in het dorpje bezochten we een vrouw die tempépakjes maakte. De sojabonen werden geweekt en gewassen. Daarna werd wat gist toegevoegd en het mengsel werd in een bananenblad gevouwen om vervolgens te fermenteren. Na een paar dagen ziet het er uit als brie, met een schimmellaag. Om dit te eten wordt het gekruid met bijvoorbeeld knoflook en zout en vervolgens gefrituurd. Wij mochten ook even proberen om van die mooie pakketjes te vouwen. Eenmaal weer terug op het beginpunt heeft de vrouw van de gids voor ons de tempé bereid en ook nog heerlijke gebakken banaan.


 Na deze leuke ochtend gingen we weer naar de stad. Deze keer gingen we nog het beroemde Yogjazilver bekijken, hoe het bewerkt werd. In heb er mooie oorbellen gekocht.



En Tatang had nog een plek voor ons bedacht om langs te gaan, namelijk de Picasso van Yogjakarta. Wij dachten dat er ergens misschien een schildering van Picasso te zien zou zijn, maar het bleek een atelier te zijn van een batikkunstenaar due zich zo noemt. Ik ben benieuwd hoeveel commissie Tatang krijgt als hij toeristen aanlevert die hopelijk wat kopen. In dit geval is het hem gelukt want zowel Allard als ik hebben wat gekocht.


 De rest van de middag hebben we aan het zwembad in het hotel doorgebracht, want we hadden het wel even gehad met al die activiteiten en de volgende dag moeten we weer op tijd op om naar het vliegveld te gaan en door te vliegen naar Bali.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten